Uni logo
Commerce
Home Page

Uni logo
Commerce
Social dialogue index page

EUROPESE COMMISSIE

DG WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

 

 

Betrekkingen met de sociale partners en organisatie van de sociale dialoog

Comité voor de sociale dialoog op bedrijfstakniveau – Handel

Vergadering van 21 juni 2000

Conclusies

 

I. Algemene kwesties in verband met de sociale dialoog

a) Follow-up van de conferentie van Lissabon (14 april 2000)

Namens UNI-Europa Commerce verklaart Jan Furstenborg dat de conferentie van Lissabon een zeer positieve gebeurtenis is geweest en als zodanig door veel deelnemers is verwelkomd. Het is belangrijk dat de sociale partners in staat zijn geweest de essentie van de discussies om te zetten in een gezamenlijke verklaring die zij aan het einde van de conferentie officieel hebben ondertekend. Deze tekst zal daarom een goede basis vormen voor de toekomstige werkzaamheden en voor de toekomstige activiteiten met het oog op de ontwikkeling van de handelssector in het licht van de huidige en toekomstige veranderingen en uitdagingen.

De handel blijft een zeer dynamische bedrijfstak. Een veranderingsproces, zowel in termen van technologie als structuur, is echter onvermijdelijk en moet positief zijn en ten goede komen aan de sector, niet in het minst door zijn vermogen om banen van hoge kwaliteit aan te bieden. De door de sociale partners te volgen aanpak moet zijn gericht op het creëren van behoorlijke arbeidsvoorwaarden, banen met een hoog profiel en een werkomgeving waarin werknemers zich op hun gemak kunnen voelen. Deze aanpak is het enige alternatief voor een aanpak waarbij geen rekening wordt gehouden met de sociale aspecten van de handelssector. De aanpak moet ook proactief zijn met als doel inzicht te krijgen in de wijze waarop de onvermijdelijke veranderingen van invloed zullen zijn op de werknemers.

De conferentie van Lissabon heeft zeker een eerste constructieve bijdrage aan dit proces geleverd. Sommige sprekers, die zowel de vakbonden als de bedrijven vertegenwoordigden, hebben echter gewaarschuwd voor afvloeiingen en het verlies van arbeidsplaatsen als gevolg van de invoering van nieuwe technologieën, zoals self-scanning. Zij onderstreepten in hun bijdragen de noodzaak van een gezamenlijke aanpak van EuroCommerce en UNI-Europa Commerce.

UNI-Europa is van mening dat het comité voor de sociale dialoog de huidige en toekomstige uitdagingen, zoals aangegeven en besproken tijdens de conferentie van Lissabon, zou kunnen aanpakken via een reeks acties:

  • De structurele en technologische veranderingen moeten vergezeld gaan van een sociaal "pakket". De sociale partners zouden daarom gezamenlijk een stel goede praktijken, richtsnoeren of aanbevelingen kunnen vaststellen over het soort maatregelen dat nodig is om te vermijden dat deze veranderingen tot sociale dumping leiden;
  • De excellente gezamenlijke tekst van 1998 betreffende de beroepsopleiding (Memorandum over opleiding in de detailhandel) moet aan de nieuwe context worden aangepast; de kwestie van de beroepopleiding moet ook opnieuw aan de orde worden gesteld in het kader van het comité voor de sociale dialoog om de behoeften op het gebied van de beroepsopleiding in de Europese handel op meer intense en concrete wijze te behandelen;
  • In verband met het recente gezamenlijke initiatief van EuroCommerce/Eurochambres, het "Global Quality Service Scheme" voor betrouwbare transacties tussen de e-detailhandel en zijn klanten in en tussen de landen van Europa, roept UNI-Europa EuroCommerce op na te gaan of het nuttig is in dit project sociale en milieucriteria op te nemen;
  • Wat e-commerce betreft, zouden de sociale partners kunnen praten over de aanpassing van het beginsel van de sociale verantwoordelijkheid aan de bredere context van e-commerce;
  • Met betrekking tot de follow-up van de kwesties in verband met de afschaffing van kinderarbeid en de bevordering van andere arbeidsvoorwaarden roept UNI-Europa EuroCommerce op op een gezamenlijke en gemeenschappelijke basis met UNI-Europe en in het kader van het comité voor de sociale dialoog werk te maken van de follow-up van de gezamenlijke verklaring over kinderarbeid van 1996 en de gezamenlijke overeenkomst over grondrechten en -beginselen op het werk van 1999;
  • Hoewel thans tussen UNI-Europa en EuroCommerce onderhandelingen worden gevoerd over het thema van de oudere werknemers, moeten de sociale partners hun discussie verbreden en daarin ook aspecten opnemen zoals pensioenregelingen, pensioneringsvoorwaarden, enz. om te komen tot een stel aanbevelingen;
  • De bescherming van andere zwakke groepen, zoals gehandicapten, moet ook in het comité voor de sociale dialoog worden besproken;
  • De sociale dialoog over de werkgelegenheid heeft tenslotte geleid tot een gemeenschappelijk standpunt, vastgesteld door serieuze vakbonden en serieuze bedrijven, over een behoorlijk inkomensniveau en behoorlijke arbeidsvoorwaarden, zodat de handel ten volle met andere dienstverlenende sectoren kan concurreren.

 

Ray Baker, die spreekt namens EuroCommerce, is het er met Jan Furstenborg over eens dat de conferentie van Lissabon een succes is geweest en de sociale partners in staat heeft gesteld aan te tonen dat zij serieuze en belangrijke kwesties op hun gezamenlijke agenda kunnen plaatsen.

In de sector doen zich grote veranderingen voor en vaak met een zodanige snelheid dat het zeer moeilijk wordt om vast te stellen wat het eigenlijke effect daarvan is. De sociale partners moeten daarom waakzaam blijven en moeten zorgvuldig bekijken welke mogelijkheden er voor hen bestaan om te trachten deze veranderingen te begeleiden.

Na de conferentie van Lissabon is het nu nodig enkele gemeenschappelijke prioritaire gebieden vast te stellen en op de gemeenschappelijke agenda te plaatsen: self-scanning, veranderingen op de werkplek, fusies en overnames, levenslang leren en kwalificaties, oudere werknemers (inclusief die welke om welke reden ook langer aan het werk willen blijven), veranderingen in de gehele leveringsketen en de algemene noodzaak om over de grenzen van de organisaties EuroCommerce en UNI-Europa heen te kijken. Tezelfdertijd moet aandacht worden besteed aan de opstelling van een gezamenlijke agenda.

 

Er wordt besloten dat de secretariaten een meer concreet voorstel voor een gezamenlijke agenda opstellen, gebaseerd op de conclusies van de conferentie van Lissabon en de vandaag gemaakte opmerkingen.

b) Recente overeenkomst ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat

Beide organisaties juichen de recente ondertekening van de overeenkomst toe, die zij als zeer belangrijk beschouwen. De secretariaten zullen nadenken over de wijze waarop deze gezamenlijke tekst kan worden bevorderd en ten uitvoer gelegd.

c) Lopende onderhandelingen over telewerken en oudere werknemers

EuroCommerce deelt mee dat het nu de opmerkingen van zijn comité sociale zaken over de ontwerp-teksten heeft ontvangen. UNI-Europa juicht deze ontwikkeling toe maar roept EuroCommerce ertoe op in deze onderhandelingen actiever en constructiever te worden.

d) Follow-up van de door de sociale partners van de handelssector in het kader van hun sociale dialoog ondertekende gezamenlijke teksten

EuroCommerce en UNI-Europa zijn het erover eens dat het nu tijd is om te bekijken welk gevolg is gegeven aan hun eerdere gezamenlijke teksten. In sommige lidstaten worden reeds enkele goede praktijken toegepast. Het zou zeer nuttig zijn na te gaan hoe deze goede praktijken zich verhouden tot de Europese gezamenlijke teksten. De secretariaten zullen concrete ideeën over deze kwestie ontwikkelen.

II. Presentatie van een project "SERVEMPLOI: Innovations in Information Society – Women's work, Expertise and Opportunities in European Workplaces", door Dr Juliet WEBSTER – Trinity College, Dublin

De studie betreft in hoofdzaak de detailhandels- en financiële diensten en wordt uitgevoerd door een projectteam, bestaande uit vertegenwoordigers van verschillende landen en met verschillende achtergronden, waaronder UNI-Europa. Het project is gestart in 1999 en zal lopen tot eind 2001. 16 vrouwen uit de detailhandelssector en 16 vrouwen uit de banksector worden tijdens de gehele duur van het project (3 jaar) van dichtbij en individueel gevolgd.

Enkele voorlopige resultaten zijn reeds beschikbaar. Wat de detailhandel betreft, bevestigen zij grotendeels de aan de gang zijnde herstructurering en technologische innovatie. In termen van vaardigheden en leren houden deze veranderingen in dat steeds meer belang wordt gehecht aan levenslang leren, waarbij de werknemers veel meer verantwoordelijkheid krijgen voor hun eigen opleiding. Op nationaal niveau bestaan enkele systematische en goed gestructureerde opleidingssystemen die als goede praktijken kunnen worden gebruikt.

Alle deelnemers spreken hun voldoening uit over de presentatie van dit project, dat zij zeer interessant vinden omdat het hun bevindingen en analyse in verband met de thans in de handelssector plaatsvindende veranderingen lijkt te bevestigen. In antwoord op enkele vragen van de deelnemers verstrekt J. Webster de volgende informatie:

  • Wat deeltijdarbeid betreft, wordt voor het project de conventionele wettelijke definitie van deeltijdarbeid gebruikt;
  • Het project op zich houdt zich niet bezig met de kwestie van de tevredenheid van de klant;
  • De voorlopige resultaten lijken erop te wijzen dat vrouwen niet spontaan kiezen voor minder levenslang leren, maar de obstakels voor de toegang van vrouwen tot dit soort opleiding zijn te wijten aan materiële en organisatorische redenen;
  • Afzonderlijke bedrijven zijn bij het project betrokken via de verschillende contacten in de deelnemende lidstaten;
  • Tenslotte is meer informatie over het project te vinden op de volgende website: www.tcd.ie/erc/servemploi

 

III. Project van het Europees Sociaal Fonds: "De ontwikkeling van toekomstige Europese functieprofielen"

Noot: Alle deelnemers hebben gedetailleerde documentatie over de volgende punten ontvangen, zodat zij hieronder slechts in het kort worden vermeld

a) Presentatie van de website

Lisbeth Olsen (Dios a/s), met het project belaste consultant, geeft een presentatie van de website betreffende het project (www.e-com-project.dk )

b) Status: Waar bevinden we ons nu?

Kim Pedersen (Dios a/s), coördinerend onderzoeker, informeert de deelnemers over de verschillende fasen van het project.

c) Presentatie van de vier toekomstige functieprofielen in de handel

Er wordt een overzicht gegeven van de functieprofielen: de aard van het materiaal op grond waarvan zij zijn ontwikkeld, welke belangrijke veranderingen van invloed zijn op deze profielen, hoe verschillende definities worden gebruikt (basis- en specifieke vaardigheden, basis- en specifieke kennis, basis- en specifieke attitude) en hoe deze definities op de verschillende functieprofielen van toepassing zijn.

De volgende Europese functieprofielen zijn vastgesteld:

  • Kantoorbediende in de groothandel;
  • Magazijnier in de groothandel;
  • Handelsvertegenwoordiger in de groothandel;
  • Verkoper in een supermarkt;
  • Winkelbediende in een mkb (moet deel uitmaken van een speciaal pakket voor het mkb);

d) Discussie over de Europese functieprofielen en over de beginselen voor een goed functieontwerp

Tijdens de discussie die zich na de presentatie van de functieprofielen door de onderzoekers ontspint, worden opmerkingen gemaakt over het feit dat sommige functieprofielen of sommige aspecten van functieprofielen reeds in de traditionele handel bestaan en bijgevolg over de noodzaak de nadruk te leggen op de veranderingen waaraan deze functieprofielen moeten worden aangepast om het hoofd te bieden aan de aan de gang zijnde veranderingen in de Europese handel; de kwestie van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de on-line-rechten voor on-line-werknemers; de noodzaak om de verscheidenheid van taken ten aanzien van de functies in een mkb goed te evalueren.

Er wordt besloten dat de resultaten van deze discussie zullen worden opgenomen in de werkdocumenten die tijdens de volgende vergadering aan de stuurgroep voor goedkeuring moeten worden voorgelegd.

e) Eisen voor toekomstige opleidingsprogramma's

De deelnemers zijn het erover eens dat volledige prioriteit moet worden gegeven aan de inhoud van de opleidingsprogramma's die zullen worden ontwikkeld voor de functieprofielen die door de stuurgroep zullen worden geselecteerd en dat in een latere fase een beslissing kan worden genomen over het definitieve formaat van deze programma's, alsook over de opleidingstechnieken. In lijn met voorgaande verklaringen bevestigen de deelnemers opnieuw dat het hoofddoel van het opleidingsprogramma de ontwikkeling moet zijn van een stel richtsnoeren (inhoud van een programma) die de verschillende eindgebruikers in staat stellen het programma in praktijk te brengen en toe te passen met het oog op de aanpassing van de bestaande functieprofielen aan de veranderende behoeften en om aldus de werknemers in staat te stellen zich aan de veranderde werkomgeving aan te passen.

f) Presentatie van de Spaanse situatie

M. Devesa (EuroCommerce, CEC/CCC, Spanje) geeft een gedetailleerd overzicht van de situatie ten aanzien van de beroepsopleiding in Spanje. Hij benadrukt het feit dat opleiding voor e-commerce nog steeds een zeer laag percentage van de bestaande opleidingsprogramma's vertegenwoordigt.

De deelnemers verwelkomen deze presentatie die duidelijk laat zien dat er behoefte bestaat aan de ontwikkeling van een Europees opleidingsprogramma dat kan worden aangepast aan de vaak zeer uiteenlopende situaties die op nationaal vlak kunnen bestaan.

*****

Deelnemers:

EuroCommerce: R. Baker, M. Devesa, L. Ford, H. Jöris, H. Leal, C. Maes, L. Markowitsch, J. Matz, P. Mattera, C. Richter, A. Wirmer

UNI-Europa Commerce: A. Cauda Tortay, F. Dias da Silva, A. Francescini, H. Gartz, J. Furstenborg, E. Reichelt, A. Rodriguez Bonillo, L. A. Ruiz Cardin, A. Selin, M. Simonsen, P.E. Tobiasen, S. Veh

Dios a/s: L. Olsen, K. Pedersen

Trinity College, Dublin: J. Webster

Europese Commissie (DG EMPL/D.1): H. De Clerck

 

 

E-mail addresses:

Geneva
jan.furstenborg@union-network.org
frieda.gazzini@union-network.org
Bonn/Sarajevo Project Offices
alexruedig@aol.com